donderdag 26 maart 2026

Trein

 We gingen met de trein naar Utrecht Vaartsche Rijn. Het leek me lang om op haar poten te staan. Enfin, ik koos voor een half uur om naar het station te lopen, dat was nogal ruim. Eerst een half uur in de trein, dan overstappen en nog 2 minuten in de trein. Tussendoor steeds een lift. Dan nog 10 minuten lopen. Voor een 16 jarige ging het allemaal heel soepel, bijna 2 uur op de been.







De dag van te voren kocht ik een e-ticket! Ik stam nog uit de tijd dat mijn moeder het te duur vond om een perronkaartje te kopen om oma bij de trein op te wachten. 


Ceres en ik wandelden naar de diervoerwinkel, daar pakte ze bovenstaande lekkernij uit een kast. Ik heb het maar gekocht. Als ze het ruikt krijgt ze ogen als schoteltjes en ze is spontaan bereid om er voor te gaan zitten, iets dat op wachtwoord niet meer lukt. Als ik zo creatief was om een nieuw gebaar te verzinnen dan zou ik het haar nog wel kunnen leren. Anderzijds, zo graag zit ze niet.

vrijdag 13 maart 2026

Vedermot

 Het regende nauwelijks toen we vertrokken voor de middagwandeling. Ik had geen paraplu bij me. Halverwege de wandeling ging het steeds harder regenen. Ik zag een kantoorgebouw met een heel grote luifel en wilde daar even schuilen. Op het raam naast de deur zat Een vedermot, zie foto, En Ceres staat in de buurt, dus de ruit spiegelt haar. 

Het is een nachtvlinder, die ik wel vaker overdag op een ruit zie zitten, in de winter. De rupsen eten Akkerwinde.  


De vleugels zijn diep ingesneden en vaak rollen ze de vleugels een beetje op zoals de mot op mijn, toch wel onscherpe, foto.

woensdag 4 maart 2026

In de bosvijver gevallen?

Ik liet Ceres poseren op een boomstronk. Deze hond benaderde haar, maar ze liet hem niet dichterbij komen
De hond loopt met een boog om haar heen. De begeleider en ik raken in gesprek. Het blijkt dat zij deze hond uitlaat voor de eigenaar. Dat zou ze ook voor mij kunnen doen. Dat sprak mij wel aan, en nu gaat Ceres volgende week een dagje naar haar toe.
Ondanks de zwakke achter pootjes springt ze nog wel op het bankje. Ik verdenk haar ervan dat dit haar manier is om mij beter in de gaten te houden.


 Hier zitten we naast elkaar op de bank, zij op een kleed op dat mijn bank schoon blijft. Ik vind de bank te hoog, dus ik til haar erop en eraf.



Ik let even niet op, dan zie ik Ceres in het water van deze met hoge rand omsloten bosvijver.


Ik kan er voor kiezen om haar door te laten doorzwemmen tot de volgende traptreden, maar dat lijkt me erg ver. Als ze bij dit padden trapje zwemt, grijp ik haar bij haar halsband en stuur ik haar het padden trapje op. Dan til ik haar aan haar vel met twee handen uit het water. Dat levert wel een gil op, maar dan is ze er tenminste uit. Zucht. Een tuig was handiger geweest.

Daarna galoppeert ze rond mij en dolt als een zevenjarige door het bos.


‘s middags thuis trillen haar achterpoten heftig als ze stilstaat. Dat stopt als ze loopt.